Franse staat en roboticasector slaan de handen ineen

Elisabeth van Zutphen

Ter gelegenheid van de internationale robotica beurs Innorobo in Lyon lanceerde de Franse minister van Industrie en Productieherstel, Arnaud Montebourg, op 19 maart 2013 het ‘France Robot Initiative’. Het plan, opgesteld in nauw overleg met de roboticasector, moet ervoor zorgen dat Frankrijk in 2020 tot de werldwijde top vijf in de robotica behoort. Overheid en bedrijfsleven leggen samen ongeveer 100 miljoen euro op tafel om het te laten slagen. France Robot Initiative moet ertoe leiden dat het nationale R&D potentieel beter wordt benut en ook dat de robot zijn weg zal vinden naar de Franse ondernemer. Ter vergelijking: in de Franse industrie worden momenteel 34 500 robots gebruikt tegen 63 000 in Italië en maar liefst 145 000 in Duitsland. Achtergrond voor dit Franse initiatief is de groeimarkt in servicerobots die naar verwachting zal doorzetten. Wereldwijd werd er in 2010 3,6 miljard dollar aan professionele servicerobots uitgegeven en 636 miljoen dollar aan particuliere servicerobots. Het Franse Erdyn Consultants voorziet dat de omzet in 2015 respectievelijk 18 miljard en 8 miljard dollar zal bedragen.

Vijf aandachtsgebieden waaronder een investeringsfonds

Het plan bestaat uit vijf concrete actiepunten, waaronder de lancering van een investeringsfonds:

  1. Stimulering van de R&D en innovatie door de ministeries van Industrie en Productieherstel en dat van Onderzoek via tenders en opdrachten. Daarnaast hebben de ministeries drie regios benoemd en vijf prioriteitsgebieden waar zij zich op focussen als het om robotica gaat: transport en logistiek, defensie en beveiliging, het milieu, intelligente machines en servicerobots. De drie regio’s met een gunstig ecosysteem voor onderlinge samenwerkingsprojecten en waar de landelijke overheid op regionale overheidssteun rekent, zijn: Rhône-Alpes, Midi-Pyrénées en Ile-de-France (IdF). Rhône-Alpes identificeerde al vorig jaar 116 robotica ondernemingen op zijn grondgebied in combinatie met prestigieuze onderwijs- en onderzoeksinstellingen die zich hierin hebben gespecialiseerd zoals het l’Insa, Normale sup, het Inria en CEA. In Midi-Pyrénées werd vorig najaar Robotics Place gelanceerd en in de regio Parijs werkt men samen onder de naam Cap Robotique, onderdeel van het grotere Cap Digital.

    Robotarm RB3D

    Robotarm Cobot RB3D, ontwikkeld door Cetim en CEA-List. Bron: CEA-List

  2. Technologie overdracht en valoriseren door het lanceren van robotica tenders en ‘challenges’ (uitgeschreven door de ANR, de Agence Nationale de Recherche), promoten van publiek-privaat onderzoek in het kader van het Europese programma Horizon 2020 en het opzetten van vijf publiek-private laboratoria met mkbs voor roboticatoepassingen. Het academische robotica onderzoek is goed in Frankrijk. Er zijn zo’n 1500 onderzoekers werkzaam in de verschillende teams van de robotica werkgroep van het CNRS die sinds 2007 bestaat. Daarnaast werkt men ook binnen het Laas, Isir en CEA-List aan deze kennis. Hoewel het fundamentele onderzoek kwalitatief goed is, bestaat volgens ingewijden het probleem dat er te weinig technici en ingenieurs in de laboratoria aanwezig zijn en dat de onderzoekers zelf te weinig technische kennis hebben. Deze lacune, gekoppeld aan het ontbreken van (middel)grote roboticabedrijven in Frankijk zou de oorzaak kunnen zijn van het lage robotiseringsniveau van de Franse industrie.
  3. Vergroten gebruik industriële robots in het mkb. Naar schatting zijn in Frankrijk tussen de 30 en 60 bedrijven actief in de ontwikkeling en productie van servicerobots; zij hebben samen enkele honderden hooggekwalificeerde medewerkers. Om deze mkbs te laten groeien is een coherent plan van aanpak nodig waarbij het niet alleen om investeringen gaat maar ook om het creëeren van een (nationale)afzetmarkt. Frankrijk loopt zelf achter in het gebruik van robots in vergelijking tot de Europese buurlanden. Om die achterstand in te lopen zullen bij 750 bedrijven ‘robotiseringsdiagnoses’ worden uitgevoerd. De verwachting is dat bij minstens 250 daarvan robots kunnen worden geimplementeerd. Bedrijven ontvangen een subsidie van 10% van die implementatiekosten. Verwachtte uitgaven zijn 33 miljoen euro over 24 maanden, waarvan 4,3 miljoen afkomstig uit de Investissements d’Avenir.
  4. Investeringsfonds en kapitalisering verbeteren voor start-ups. Het fonds FSN – PME, onderdeel van de Banque Publique d’Investissement (BPI) heeft als opdracht meegekregen de robotica startups bij hun fondsenwerving te helpen als er te weinig particuliere investeerders zijn. Daarnaast participeert de Caisse des Dépôts via zijn filiaal CDC Entreprises ter hoogte van 15 miljoen euro aan het fonds Robulution Capital, het eerste Franse robotica-investeringsfonds. Dit fonds van 60 miljoen euro is opgezet door Bruno Bonnell, ooit oprichter van Infogrames Entertainment, onder andere voorzitter van Syrobo en fervent (en charismatisch) voorvechter van robotica. Robolution zal investeringen doen van tussen de 300.000 en 3 miljoen euro.

    Franse robot Nao

    Franse robot Nao. Bron: Wikipedia

  5. Structurering van de robotica sector. De overheid wil de krachten in de roboticasector bundelen door een overkoepelend orgaan in het leven te roepen waarin professionals zitting hebben, zoals Symop, Syrobo, Cap Robotique, universiteiten en onderzoekseenheden en vertegenwoordigers van de overheid. Dit ‘comité voor de roboticasector van de toekomst (comité robotique filière de demain) zal de activiteiten van de sector coördineren en stimuleren. Om de zichtbaarheid te vergroten wordt ook gedacht aan een jaarlijkse conferentie in de marge van de Innorobo-beurs in Lyon.

Bronnen: Un plan « robot » pour rattraper le retard français, Le Monde, 20 maart 2013; Start-up et PME de la robotique : 100 millions d’euros sur la table pour développer le secteur, Les Echos, 19 maart 2013; Le robot français a de l’avenir, Usine Nouvelle, 21 maart 2013; L’Etat mobilise 100 millions d’euros pour les robots, Le Figaro, 19 maart 2013

%d bloggers liken dit: