Twee nieuwe topinstituten biobased economy: PIVERT en IFMAS

Joannette Polo-Leemreis, IA Netwerk Parijs

Inleiding
Twee belangrijke topinstituten op het gebied van plantaardige chemie zijn momenteel in Frankrijk in oprichting, PIVERT en IFMAS. Beide hebben hun basis in het noorden van het land. De instituten kregen financiering uit de pot van de ‘Investeringen van de Toekomst’. Beide organisaties zijn geselecteerd in het kader van de call voor IEEDs.

De eerste organisatie is Picardie Innovations Végétales Enseignement et recherches technologiques (PIVERT) bij Compiègne in Picardië. Het instituut kreeg 63,8 miljoen euro over tien jaar toegekend uit de ‘Investeringen van de Toekomst’. Dat geld is geoormerkt voor de ontwikkeling van oleochemische producten op basis van biomassa uit oliehoudende zaden. Sofiprotéol is de industriële trekker van het project.

Het Institut Français des Matériaux AgroSourcés IFMAS bij Villeneuve d’Ascq bij Lille heeft de ambitie een Europese sector op te zetten rond biobased plastics, van de ontwikkeling tot aan de productie. Het IFMAS kreeg 30,8 miljoen euro over tien jaar toegekend.

PIVERT, 220 miljoen voor toponderzoek naar oleochemie
PIVERT heeft de ambitie het grootste Europese kenniscentrum te worden voor de verwerking van oliehoudende biomassa, zoals koolzaad en zonnebloemen. Het gaat daarbij om de verwerking van de hele plant tot duurzame chemische producten met uiteenlopende toepassingen zoals voeding, gezondheid, cosmetica of bouwmaterialen.

Pivert

Het totale budget bedraagt 220 miljoen euro over tien jaar. Het is het de bedoeling dat PIVERT een R&D-, test- en opleidingscentrum in Compiègne krijgt, waar honderdvijftig  publieke en private onderzoekers gedurende tien jaar permanent werk zullen vinden.

De technologie van PIVERT biedt Frankrijk veel economisch interessante perspectieven. De nieuwe technologie moet een nieuwe industriële sector mogelijk maken, biedt interessante gebruiksmogelijkheden voor (braakliggende) landbouwgrond en kan de oleochemie in Europa een sterke concurrentiepositie bieden ten opzichte van Zuid-Amerika dat zich op soja concentreert en Zuidoost-Azië dat op palmolie inzet. Het gaat voornamelijk om industriële bioraffinage-activiteiten, waarvoor de locatie belangrijk is en lage lonenlanden nauwelijks voordeel bieden.


Rhodia, Sofiprotéol, Diester , Lesieur
De initiatiefnemers van PIVERT zijn Sofiprotéol, IAR, Rhodia, fijnchemisch en farmabedrijf PCAS, SNC ingenieurs- en bouwbedrijf Lavalin, specialist in suikerverwerking, -droging en alcoholproductie Maguin, de technische universiteit van Compiègne UTC, Universiteit van Picardië Jules Verne in Amiens en de technische universiteit van Troyes UTT. In totaal zijn er 26 partners.

Belangrijkste deelnemer in PIVERT is Sofiprotéol, eigenaar van het merk Lesieur, bekend van de zonnebloemolie voor huishoudelijk gebruik. Ook biodieselproducent Diester Industrie is een drijvende kracht achter het initiatief. Dat geldt ook voor de innovatieve bedrijven Oleon, specialist op het terrein van oliën en natuurlijke vetten, en Novance, fabrikant van onder andere verf, smeer- en bestrijdingsmiddelen uit plantaardige oliën.

PIVERT-onderzoekspropgramma Genesys
Binnen PIVERT loopt het pre-competitieve onderzoeksprogramma GENESYS met een budget van 90 miljoen euro voor tien jaar. Het moet een op plantaardige olie gebaseerde keten voor de bio-raffinaderij van de toekomst opleveren, van productie van de biomassa via fractioneren en verwerken tot aan de productie van industriële biobased producten voor de chemie, de cosmetica-, de voedings- en de gezondheidsindustrie. Het onderzoeksprogramma houdt rekening met milieu, maatschappij en economie en integreert de problematiek van industriële risico’s. Life cycle analyses worden uitgevoerd voor iedere processtap, wat uiteindelijk resulteert in een geoptimaliseerd model voor de oleochemische bio-raffinage van de toekomst.

Demo- en testopstelling bioraffinage
Gezien het voorgaande is het logisch dat PIVERT over een futuristische bioraffinage-opstelling zal beschikken. Dit platform moet uitgroeien tot een ontmoetingsplek voor onderzoekers en mensen uit de industrie, waar via demo-opstellingen efficiënte technologie-overdracht plaatsvindt. Budget: 65 miljoen euro voor tien jaar.

Deelnemers uit de industrie kunnen competitieve ontwikkelings- en demonstratieprojecten uitvoeren. Daardoor zal een steeds groter aantal valorisatieprojecten ontstaan. Doel is om hiervoor 64 miljoen euro over tien jaar vrij te maken.

IFMAS
IFMAS is net als PIVERT een IEED (Institut d’excellence en matière d’énergies décarbonées, Topinstituut voor CO2-arme energie).IFMAS richt zich op nieuwe technologieën voor de  productie van materialen uit onder andere aardappels en granen, biobased chemie dus. Het instituut integreert de gehele productieketen van akker tot eindproducten zoals verf, vloerbedekking en plastics. Het kreeg 39,7 miljoen euro toegezegd uit de ‘Investeringen van de Toekomst’.

IFMAS logo

Picardië heeft een lange traditie in de biobased economy, dankzij zetmeeltechnologie van bedrijven als Roquette en Cargill, beide mondiale referenties op dit gebied. Roquette opende in februari 2012 zijn eerste bioplastic-fabriek voor verf, verpakkingen en vloeren. De deelnemers aan IFMAS schatten in dat het project over de komende tien jaar vijfduizend banen kan opleveren.

Partners IFMAS
IFMAS heeft elf partners. Dat zijn de bedrijven Florimond-Desprez, Roquette, Mäder (verf en hars) en het CREPIB (Testcentrum voor innovatieve en biobased plastics). INRA, CNRS, de Ecole des Mines uit Douai, de Ecole Normale Supérieure de Chimie van Lille, de universiteiten van Lille en de pôle de compétitivité MAUD (Materialen en toepassingen voor duurzaam gebruik) en TEAM2 (Technologies de l’Environnement Appliquées aux Matières et Matériaux) zijn betrokken als wetenschappelijke partners. Eventuele toekomstige IFMAS-partners ter completering van de keten zijn: CVP, Malgené Greaphic, Néo-Eco, Pellenc, Plage SA, Schneider Electric, Sealock, Unipackaging, Pôle d’Excellence de la Plasturgie en Groupement des Industries de la Plasturgie.

Onderzoek IFMAS
Het onderzoeksprogramma van het IFMAS ziet er als volgt uit :

  1. Optimale zetmeelsoorten ontwikkelen voor biobased materialen ;
  2. Monomeren en polymeren uit zetmeel ontwikkelen en toewerken naar macromeren

en plantaardige harsen op basis van zetmeel of afgeleide stoffen;

  1. Verwerking en industrialisatie van biobased polymeren en geassocieerde geavanceerde materialen afkomstig uit de zetmeelsector.

Het doel van het topinstituut is de productie van octrooien, licenties en wetenschappelijke publicaties en de begeleiding van technologie-overdracht naar de partners. Ook zet IFMAS een op het onderzoek aansluitend opleidings- en cursusprogramma op.

Ambitie
De ambitie van IFMAS is om in 2020 tien tot dertig procent van de Europese markt van bioplastics te beheersen, ongeveer 500.000 ton per jaar, plus 10.000 ton biobased verf en vloerbedekking. Dit moet een besparing opleveren van 600 kton CO2 per jaar.

 

Bronnen:
PIVERT-project: Website van de regio Picardië, Persbericht CNRS, 9 maart 2012, Plastique vert : l’IFMAS est labellisé “laboratoire d’excellence”, L’Echo du Nord, 9 maart 2012
IFMAS: Persbericht IFMAS 14 maart 2012 , ECN: Bioraffinage heeft beslist de toekmost, oktober 2010, Accord de coopération dans la chemie verte pour Technip, Véhicules Propres, 5 april 2012 CIMV et Technip industrialisent le raffinage des résidus agricoles, 10 april 2012, Industries et Technologie, Website CIMV

%d bloggers liken dit: